Table of Contents Table of Contents
Previous Page  219 / 268 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 219 / 268 Next Page
Page Background

n

Kan ik de acculader in een

machinekamer of motor­

compartiment installeren?

Een Mastervolt acculader kan zonder

problemen in de machinekamer

gemonteerd worden. Ook bij hoge

temperaturen leveren Mastervolt

acculaders nog steeds de maximale

laadstroom en worden de accu’s

snel en veilig geladen. Mocht de

omgevingstemperatuur extreem

hoog worden, dan reduceert een

Mastervolt acculader automatisch de

uitgangsstroom.

n

Kan ik accu’s gescheiden

laden?

Een aantal modellen zijn voorzien

van drie uitgangen, waarmee u

drie verschillende accubanken

onafhankelijk van elkaar kunt

laden. De meeste Mastervolt

acculaders hebben een extra

uitgang voor de startaccu. Met deze

uitgang kunt u de startaccu van

een onderhoudslading voorzien.

Uiteraard is het ook mogelijk om

meerdere accubanken te laden

via een laadstroomverdeler, ook

wel diodesplitter genoemd. Het

spanningsverlies dat ontstaat

wordt gecompenseerd door een

instelling in de acculader of door het

aansluiten van de accusensedraden.

n

Kan de acculader op dezelfde

laadstroomverdeler worden

aangesloten als de dynamo?

Het kan wel, maar het is beter en

overzichtelijker om twee aparte

laadstroomverdelers toe te passen.

Mocht dit om één of andere reden

niet kunnen, dan kan alsnog gekozen

worden om de laadstroomverdeler

te combineren. Zorg er dan wel

voor dat de BI of Battery Mate

laadstroomverdeler zwaar genoeg

is voor de totaalstroom van de

acculader en dynamo samen.

n

Welke diameter moeten de

kabels tussen acculader en accu

hebben?

Voor het berekenen van de benodigde

kabeldiameter kan onderstaande vuist­

regel gebruikt worden: voor elke 3 Ampè-

re is 1 mm

2

kabeldikte nodig. Voorbeeld:

bij een acculader van 50 Ampère is dan

een kabel nodig van 50:3 = 16,6 mm

2

. De

dichtstbijzijnde standaard kabeldiameter

is 16 mm

2

. Overigens geldt dit voor een

maximum kabelafstand van drie meter

tussen de acculader en de accu. Mocht de

afstand groter zijn, dan is een kabel met

een grotere diameter nodig

.

n

Wat is de maximale afstand

tussen acculader en accu’s?

Over het algemeen is 3 meter kabellengte

het maximum, mits u bovenstaande be-

rekening voor de kabeldiameter hanteert.

Een kabellengte tot 6 meter is ook moge-

lijk, maar dan moet u dikkere kabels ge-

bruiken. In het eerder gegeven voorbeeld

zijn dan 25 mm

2

kabels noodzakelijk.

n

Kan ik een acculader parallel

aan de dynamo schakelen?

Het is mogelijk om een acculader parallel

te schakelen met een dynamo van

bijvoorbeeld de voortstuwingsmotor.

ACCULADERS

Voorbeeld:

Een lege accu van 200 Ah, een

acculader van 50 Ampère en een

stroomverbruik van 10 Ampère. De

laadtijd is dan ongeveer 200/(50-10)

= 5 uur + 4 uur naladen; dus in totaal

9 uur. Indien de accu’s maar voor 50

% ontladen zijn bedraagt de laadtijd

100/(50-10) = 2,5 + 4 uur; dus in totaal

6,5 uur. Bij Gel en AGM accu’s is de

nalaadtijd korter, ongeveer 2 tot 3

uur. Dit type accu is dus sneller vol in

vergelijking met conventionele accu’s

(zie ook ‘Het laden van accu’s’).

Deze situatie komt voor als de motor

loopt en er gelijktijdig een 230 Volt

generator gestart wordt.

n

Hoelang duurt het voordat mijn

accu’s weer geladen zijn?

De laadtijd van een accu is sterk

afhankelijk van de verhouding tussen

accu en acculader. Ook het type accu en

het stroomverbruik van de eventueel

aangesloten verbruikers bepalen hoe

lang het duurt voordat een lege accu

weer geheel geladen is.

Een vuistregel voor loodzuur accu’s is

dat u de accucapaciteit deelt door het

maximaal laadvermogen en hierbij

vier uur optelt. Deze vier uur zijn nodig

voor het zogenaamde ‘naladen’, waarbij

de accu bepaalt hoeveel stroom er

nog opgenomen moet worden en de

accucapaciteit toeneemt van ± 80 % tot

100 %.

Uiteraard is bij deze vuistregel niet het

stroomverbruik van de aangesloten

apparatuur meegenomen. Indien er

aangesloten belastingen zijn, bijvoorbeeld

een koelkast en verlichting, moet het

stroomverbruik van deze belastingen van

het beschikbare laadvermogen worden

afgetrokken.

219