Table of Contents Table of Contents
Previous Page  222 / 268 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 222 / 268 Next Page
Page Background

A

B

Charger Status Interface (CSI) met

gecombineerd DC alarm, standaard

actief

Relaiscontact is geactiveerd (geen

alarm) indien:

n

Lader aan (spanning aanwezig op ingang,

schakelaar op ‘aan’).

n

Temperatuursensor binnen de standaard

waarden.

n

DC spanning binnen de standaard waarden.

n

Geen kortsluiting op de uitgang.

n

Spanningsmeting (kabelverlies < 3 V).

Relaiscontact valt af (alarmsituatie)

indien:

n

Lader uit (geen spanning aanwezig op de

ingang, schakelaar op ‘uit’).

n

Temperatuursensor buiten de standaard

waarden.

n

DC spanning buiten de standaard waarden.

n

Kortsluiting op de uitgang.

n

Spanningsmeting (kabelverlies > 3 V).

n

Algemene storing van de lader.

Het DC alarm werkt alleen als de acculader

aan staat. Als een permanent DC alarm

gewenst is, onafhankelijk of de lader ingangs­

spanning heeft en/of de lader is ingeschakeld

(“on”), kies dan voor de instelling ‘DC Alarm’.

Alarmering voor Mass acculaders

Optioneel: Voor de Mass acculaders is een

separaat CSI alarm beschikbaar dat u in het

aansluitcompartiment plaatst (indien meer

alarmen gewenst zijn).

Art.nr. 21702000.

DC alarm, actief na instelling

dipswitch

Relaiscontact is geactiveerd

(geen alarm) indien:

n

DC spanning binnen de standaard

waarden.

Relaiscontact valt af (alarm

situatie) indien:

n

DC spanning buiten de standaard

waarden.

Het DC Alarm werkt onafhankelijk van

het feit of de lader ingangspanning heeft

en/of de lader is ingeschakeld (“on”) of

uitgeschakeld (“off”). Programmeren van

de dipswitch is gemarkeerd met continu

monitoring modus (ContMon).

Optioneel: voor alle Mass acculaders is

een separaat DC alarm beschikbaar, die

u in het aansluitcompartiment plaatst,

indien meerdere alarmen gewenst zijn.

Art.nr. 21702100.

Keuzemogelijkheid/

instelling alarm:

Niet-continu modus

C.S.I. /

DC alarm

N.C. = ACCUSPANNING BUITEN

STANDAARD WAARDEN

N.O. = ACCUSPANNING BINNEN

STANDAARD WAARDEN

STANDAARD

Continu modus

Intern alarm-

contact

DC hoog /

laag alarm

De Mass acculaders zijn uitgerust met visuele

alarmeringen. Op de Read Out Module op de

voorzijde van de Mass acculaders wordt door middel

van oplichtende LED combinaties de volgende

alarmeringen weergegeven:

Naast deze visuele alarmering

is er bij alle Mass acculaders

een potentiaalvrij relaiscontact

beschikbaar.

TECHNISCHE ACHTERGROND

N.C. =

LADER UIT, OF FOUTMELDING

N.O. =

LADER AAN, GEEN FOUTMELDING

STANDAARD

1 + 6 = Spanningsmeting fout

2 + 6 = Acculader temperatuur te hoog

3 + 6 = Kortsluiting op uitgang

4 + 6 = Accuspanning te laag/te hoog

5 + 6 = Accutemperatuursensor fout

A

B

222